Innovatie als strategie: hoe je het inbouwt in je organisatie
- Paul van Heeringen

- 25 mei 2024
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 11 jun
Innovatie als kern van je bedrijfsstrategie
Innovatie als kern van je bedrijfsstrategie betekent dat je niet incidenteel vernieuwt maar dat je de condities bouwt waaronder nieuwe ideeën kunnen worden omgezet in uitvoerbare plannen. Dat vraagt om een ander type beslissen dan optimaliseren.
Het moment is herkenbaar. De heisessie is achter de rug, de flip-overs zijn gefotografeerd en iemand heeft de actiepunten netjes in een mail gezet. "Innovatie" staat ergens op de lijst, tussen klanttevredenheid en operationele efficiëntie. En dan begint het gewone werk weer, en weet je drie maanden later niet meer waar dat innovatiepunt is gebleven.
Dit is geen faalverhaal. Dit is gewoon hoe het gaat als je innovatie behandelt als een thema in plaats van als een keuze. Het verschil zit niet in de ambitie maar in de architectuur.
Van voornemen naar conditie
Een directeur van een middelgroot productiebedrijf vertelde me ooit: "We zijn best creatief hier. Het probleem is dat we niet weten wat we met die creativiteit aan moeten." Ze hadden ideeën genoeg. Wat ze misten was een plek waar die ideeën serieus werden genomen en getoetst zonder meteen dood te bloeden in een business case.
Dat is precies het punt. Innovatie als strategische keuze betekent niet dat je een apart innovatieteam opricht of een budget reserveert voor R&D. Het betekent dat je nadenkt over de condities waaronder nieuwe ideeën een eerlijke kans krijgen. Wie beslist erover? Op welk moment? Aan welke criteria wordt getoetst? En wie heeft de bevoegdheid om iets te stoppen als het niet werkt?
Zonder antwoord op die vragen blijft innovatie een goede bedoeling. Met antwoord op die vragen wordt het een proces.
Een bruikbare eerste stap: ga in je MT-overleg na hoeveel beslistijd er gaat naar optimaliseren van het bestaande versus het beoordelen van het nieuwe. Als dat verhouding negentig om tien is, dan is je agenda je strategie. En die strategie zegt: wij kiezen voor continuïteit boven vernieuwing. Dat kan een bewuste keuze zijn, maar dan moet het ook een bewuste keuze zijn.
Het beslissingstype dat innovatie vraagt
Optimaliseren en innoveren zijn fundamenteel andere denkactiviteiten. Bij optimaliseren weet je wat het doel is en zoek je de beste route. Bij innoveren is het doel zelf nog onzeker. Je werkt met onvolledige informatie en je moet toch iets besluiten.
De meeste directieteams zijn getraind in het eerste. Ze zijn goed in analyseren, vergelijken en kiezen op basis van bewijs. Dat zijn waardevolle vaardigheden, maar ze werken vertragend bij vroege innovatiebeslissingen. Als je een idee pas steunt als de business case sluitend is, dan vertraag je het moment waarop je kunt leren of het idee hout snijdt.
Innovatie vraagt om wat je adaptief beslissen zou kunnen noemen: je commitment geeft op basis van de vraag die je wilt beantwoorden, niet op basis van de zekerheid van het resultaat. Je zegt niet "we doen dit omdat we weten dat het werkt" maar "we doen dit om te ontdekken of het kan werken, en hier is wat we bereid zijn te investeren in dat antwoord."
Dat is een cultuurvraag. Leiders die ruimte bieden voor het leerproces, ook als dat leerproces soms mislukkingen oplevert, bouwen langzaam een organisatie die beter wordt in vernieuwen. Leiders die alleen successen bekrachtigen, bouwen een organisatie die alleen dingen doet waarvan de uitkomst al vaststaat.
Paul van Heeringen ziet dit patroon regelmatig terugkomen bij directies die werken aan hun strategische wendbaarheid: het probleem zit zelden in het gebrek aan ideeën, maar in de onzekerheid over wat je met een idee doet voor het bewezen is.
Innovatiestrategie als onderdeel van je besturingssysteem
Het meest concrete wat je als directie kunt doen is innovatie een vaste plek geven in je besturingssysteem. Niet als apart project maar als terugkerende cyclus naast je reguliere plannings- en reviewcyclus.
Dat betekent in de praktijk een aantal dingen. Je reserveert besliscapaciteit, niet alleen financieel maar ook qua aandacht van het MT. Je maakt afspraken over hoe snel een idee een eerste oordeel krijgt en wie dat oordeel geeft. Je stelt criteria vast voor drie fases: verkenning, toetsing en opschaling. En je maakt zichtbaar wat je hebt leren verwerpen, niet alleen wat je hebt leren realiseren.
Die laatste stap is veelzeggend. Organisaties die openlijk communiceren over wat niet heeft gewerkt en waarom, bouwen vertrouwen op bij mensen die ideeën hebben maar bang zijn voor afwijzing. Dat vertrouwen is de brandstof van een innovatiecultuur.
Een praktisch hulpmiddel is de keukentafeltest: kan iemand op de werkvloer in gewone taal uitleggen wat jullie innovatiestrategie is en welke rol zij daarin kunnen spelen? Als dat antwoord er niet is, dan is de strategie nog niet af. Strategie die niet begrepen wordt, is geen strategie maar een document.
De vraag waarmee je de heisessie van volgend jaar kunt beginnen: niet "wat willen we innoveren?" maar "wat moeten we anders organiseren zodat de juiste ideeën bij ons de ruimte krijgen die ze verdienen?" Dat is dezelfde vraag als waarmee je begon, maar nu klinkt ze minder als een voornemen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een innovatiestrategie en een innovatiethema in je jaarplan?
Een innovatiethema in je jaarplan is een voornemen. Een innovatiestrategie beschrijft hoe je beslissingen neemt over nieuwe ideeën, wie daarvoor verantwoordelijk is en wat je bereid bent te investeren voordat de uitkomst vaststaat. Zonder die beslisstructuur verdwijnt het thema zodra de dagelijkse druk toeneemt.
Hoe weet je of je organisatie klaar is voor een innovatiestrategie?
Klaarheid is zelden het goede criterium. Relevanter is de vraag of jullie bereid zijn om iets te proberen waarvan de uitkomst nog onzeker is, en of jullie leiders dat openlijk kunnen steunen ook als het niet werkt. Innovatiestrategie bouw je niet in als je er klaar voor bent, maar door ermee te beginnen en te leren wat het van je vraagt.
Moet innovatiestrategie altijd van de top komen?
De condities moeten van de top komen. Wie beslist, welk budget er beschikbaar is, welke ruimte er is voor experiment, dat zijn directiekeuzes. De ideeën zelf kunnen en moeten van overal komen. Wat je als leider organiseert is de route waarlangs een goed idee van de werkvloer naar een serieuze beslissing reist zonder onderweg verloren te gaan.




