Voortgang doelen bijhouden: systemen die echt werken
- Paul van Heeringen

- 9 jul 2024
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 11 jun
Voortgang doelen bijhouden: systemen die echt werken
Voortgang bijhouden op doelen is alleen zinvol als het leidt tot een vraag: liggen we op koers, en zo niet, wat doen we eraan? Veel organisaties investeren in prachtige dashboards maar gebruiken ze alleen om te rapporteren, niet om te besluiten.
Het MT-overleg dat nergens over gaat
Stel je het volgende voor. Het is kwart over negen, de koffie staat op tafel, en het eerste agendapunt is de voortgang op de jaardoelen. Iemand opent een PowerPoint. Drie slides lang zie je staafdiagrammen in groen, oranje en rood. De directeur knikt. Iemand anders zegt: "We liggen iets achter op Q2, maar dat halen we in Q3 wel in." Iedereen schrijft iets op. Vijftien minuten later gaat het over het volgende punt.
Herkenbaar? Dit is geen uitzonderlijk MT. Dit is het gemiddelde MT.
Het probleem zit niet in de cijfers. Het probleem zit in wat er daarna niet gebeurt. De vraag die niemand hardop stelt: wat gaan we nu anders doen? Voortgang monitoren is in veel directieteams verworden tot een ritueel van rapporteren. Je laat zien dat je gemeten hebt. Maar besluiten nemen op basis van die meting, dat is een ander verhaal.
Paul van Heeringen werkt al jaren met directieteams en ziet dit patroon steeds terug: hoe meer energie een team steekt in het bouwen van het dashboard, hoe minder energie er overblijft voor de vraag wat het dashboard eigenlijk zegt.
Wat voortgang bijhouden wel en niet is
Er is een verschil tussen registreren en monitoren. Registreren is: de stand opschrijven. Monitoren is: de stand begrijpen en er iets mee doen.
Veel systemen voor het bijhouden van doelen stoppen bij het eerste. Je hebt een OKR-tool, een Excel, een BI-dashboard, misschien zelfs een volledig ingerichte strategietafel in je vergaderruimte. Maar als die informatie niet leidt tot een gesprek, leidt ze tot niets.
Wat werkt dan wel? Drie dingen die ik keer op keer terugzie bij teams die hun doelen echt behalen.
Ten eerste: een eigenaar per doel, niet een afdeling. Zodra een doel toebehoort aan "de organisatie" of "het MT als geheel", is het niemands verantwoordelijkheid. De vraag bij elk doel moet zijn: wie staat hier persoonlijk voor? Die persoon bereidt de update voor, signaleert wanneer het misgaat, en vraagt om hulp als dat nodig is.
Ten tweede: het gesprek zit in de afwijking, niet in het groene kwadrant. Als alles op koers ligt, hoef je er niet lang bij stil te staan. De echte bespreking begint waar het rood wordt. Wat is er veranderd? Ligt het aan de aanpak, of klopt de doelstelling zelf niet meer? Die vraag stellen vereist psychologische veiligheid. Als rood zijn betekent dat je afgerekend wordt, rapporteert iedereen liever oranje.
Ten derde: de meetfrequentie moet passen bij de dynamiek van het doel. Een commercieel doel kan je wekelijks volgen. Een cultuurverandering niet. Als je elke week vraagt hoe het staat met "meer samenwerking", krijg je antwoorden die niemand iets zeggen. Kies het meetmoment op basis van wanneer je invloed kunt uitoefenen, niet op basis van de vergadercyclus.
Van rapportage naar beslisritueel
De heisessie aan het begin van het jaar is het moment waarop de mooiste doelen worden geformuleerd. Groot, ambitieus, mooi op het flipover. Maar zes maanden later zitten dezelfde mensen aan dezelfde tafel, en niemand weet nog precies wat er ook alweer besloten was.
Dat is geen kwestie van slecht geheugen. Dat is een gebrek aan ritme.
Teams die hun doelen halen, hebben geen ingewikkelder systeem dan andere teams. Ze hebben wel een vaste cadans: een maandelijks moment waarop de doelen niet gerapporteerd worden, maar besproken. Er is een verschil. Rapporteren is vertellen hoe het staat. Bespreken is samen uitzoeken wat je ermee doet.
Dat beslisritueel hoeft niet lang te duren. Een kwartier per doel, met de juiste eigenaar aan tafel, is genoeg als de voorbereiding klopt. Wat werkt: de eigenaar bereidt niet een presentatie voor, maar een vraag. "We liggen achter op X, en ik zie twee opties. Welke kiezen we?" Dat dwingt het MT tot een besluit, niet tot een knik.
Voortgang doelen bijhouden is zo gezien geen administratieve taak. Het is een leiderschapsgewoonte. De vraag is niet of je een goed systeem hebt. De vraag is of je de neiging weerstaat om bij rood gewoon door te schuiven naar het volgende agendapunt.
Kijk eens terug naar je laatste MT-overleg: hoe vaak leidde de voortgangsbespreking tot een besluit dat diezelfde dag iets veranderde?
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet je als MT de voortgang op doelen bespreken?
Dat hangt af van het type doel. Commerciele doelen kun je wekelijks of tweewekelijks volgen. Strategische doelen als cultuur of marktpositie verdienen een maandelijks of kwartaalmoment. Wat je vermijdt: elk doel op dezelfde frequentie monitoren alleen omdat de vergadercyclus dat toevallig uitkomt.
Wat doe je als een doel structureel rood staat maar niemand bijstuurt?
Dan is er iets mis met de verantwoordelijkheid of de veiligheid. Zoek uit of er een duidelijke eigenaar is voor dat doel, en of die persoon de ruimte voelt om te zeggen dat het niet werkt. Als rood zijn negatieve gevolgen heeft voor die persoon, rapporteert iedereen liever oranje.
Hebben we een dure tool nodig om doelen goed bij te houden?
Nee. Een gedeelde spreadsheet met een eigenaar per doel, een vaste bespreekmoment en de afspraak dat je alleen stil staat bij afwijkingen werkt al goed. De tool is nooit het probleem. Het gesprek dat erna volgt, of niet volgt, dat is het.




