top of page
Strategie-Executie_gemakkelijker_maken_1.webp

STRATEGIE,
LEIDERSCHAP,
CHANGE EN TEAMS

Lees er over in de IMPACT on the Job-blogs.

Implementatiestrategie bijstellen: wanneer en hoe je het doet

  • Foto van schrijver: Paul van Heeringen
    Paul van Heeringen
  • 7 jun 2024
  • 5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 11 jun

Implementatiestrategie bijstellen: wanneer en hoe je het doet

Een implementatiestrategie bijstellen is geen teken van mislukking maar van leren. De organisaties die het best uitvoeren zijn degene die snel signalen oppikken dat er iets anders loopt dan gepland en bereid zijn de route aan te passen zonder het doel los te laten.

De vergadering waar niemand het durft te zeggen

Het is de tiende maandagmorgen na de kick-off. Het MT zit weer aan tafel met het implementatieplan open op de laptop. De projectleider loopt door de status: groen, groen, oranje, groen. Maar als je de mensen op de werkvloer spreekt, hoor je een ander verhaal. De training is gevolgd, het systeem staat klaar en toch werkt niemand er echt mee. Iedereen wacht af. De echte uitvoering ligt stil.

Dit is een patroon dat ik bij veel organisaties tegenkom. Het plan klopt op papier, de planning is gevolgd, maar ergens tussen de heisessie waar het allemaal zo helder leek en de dagelijkse praktijk is er iets misgegaan. Niet in het doel, maar in de route ernaar toe.

De vraag is dan niet hoe je harder gaat duwen. De vraag is of je bereid bent te kijken wat er werkelijk speelt en je aanpak daarop aan te passen.

Wat zijn de signalen dat bijsturen nodig is

Bijsturen begint met waarnemen. En dat betekent anders kijken dan je gewend bent tijdens een implementatie.

De meest zichtbare signalen zijn de harde cijfers: adoptiepercentages die achterblijven, mijlpalen die verschuiven, budgetten die oplopen. Die zie je in elk voortgangsrapport. Maar de signalen die er echt toe doen zijn vaak zachter. Mensen die in het MT-overleg instemmen maar in de wandelgangen hun twijfels delen. Teams die creatief omgaan met de nieuwe werkwijze, wat beleefd gezegd "eigen invulling geven" heet maar in feite betekent dat ze het oude patroon niet loslaten. Een projectleider die steeds meer tijd kwijt is aan uitleggen in plaats van uitvoeren.

Paul van Heeringen beschrijft het zo: organisaties die goed implementeren zijn niet de organisaties die nooit van koers wijzigen. Het zijn de organisaties die de signalen eerder zien dan anderen en vervolgens het lef hebben om iets te veranderen terwijl de vaart er nog in zit, niet als het al te laat is.

Een praktische manier om die signalen te organiseren is een vast moment inplannen, los van de reguliere voortgangsrapportage, waarop je een vraag stelt aan mensen die het dichtst op de uitvoering zitten: wat werkt er niet zoals we hadden verwacht? Die vraag levert meer op dan elk kleurensysteem.

Drie signalen die altijd serieus genomen moeten worden: weerstand die toeneemt in plaats van afneemt naarmate de implementatie vordert, onverwachte wisselwerking met andere processen of systemen die je niet had voorzien, en een groeiende kloof tussen wat er in rapporten staat en wat mensen op de werkvloer ervaren.

Hoe je het implementatieplan bijstuurt zonder de organisatie te verliezen

Het moment dat je besluit de strategie aan te passen is tegelijk het meest kwetsbare moment. Want als leider heb je dit plan verdedigd, mensen gevraagd mee te gaan en beloofd dat het de goede richting was. Bijstellen voelt dan snel aan als toegeven dat je het mis had.

Dat gevoel is begrijpelijk maar ook de verkeerde lens. Bijstellen is niet hetzelfde als falen. Het is het bewijs dat je de werkelijkheid serieuzer neemt dan je eigen gelijk.

De manier waarop je bijstuurt is minstens zo belangrijk als wat je verandert. Een paar principes die ik in de praktijk zie werken:

Maak het zichtbaar, niet stiekem. De neiging is om een aanpassing stil door te voeren zodat niemand merkt dat het plan is bijgesteld. Maar dat ondermijnt precies het vertrouwen dat je nodig hebt voor de uitvoering. Benoem dus expliciet wat er verandert, waarom en wat er niet verandert. Het doel blijft staan, de route wordt aangepast.

Betrek degenen die de signalen als eerste zagen. Zij voelden aan dat er iets niet klopte. Als je hen nu betrekt bij het bijsturen, zet je hen in als partners in de uitvoering. Dat is een heel andere relatie dan uitvoerder van een plan dat van bovenaf is opgesteld.

Pas de route aan, niet het doel. Dit is het scherpe onderscheid dat in de praktijk vaak verloren gaat. Mensen haken af als het doel voortdurend verschuift. Ze accepteren aanpassingen in de aanpak als ze begrijpen dat het doel onveranderd blijft. Houd die twee consequent van elkaar gescheiden in hoe je erover communiceert.

Verklein de stappen als de omgeving te onzeker is. Veel implementaties mislukken niet omdat het doel verkeerd was maar omdat de stappen te groot waren voor de absorptiecapaciteit van de organisatie. Bijstellen kan simpelweg betekenen: minder tegelijk, meer focus, kortere cycli met terugkoppeling.

Bijsturen als vaardigheid, niet als uitzondering

De echte les die ik na jaren in organisaties heb geleerd: de beste implementaties zijn niet die waarbij het plan van begin tot eind gevolgd werd. De beste implementaties zijn die waarbij het leiderschap aanwezig genoeg was om te zien wat er werkelijk gebeurde en wendbaar genoeg om bij te sturen voordat een kleine afwijking een grote ontsporing werd.

Bijsturen is geen zwakte. Het is precisie. Het is het verschil tussen vastbijten in een route die niet werkt en intelligent sturen naar een doel dat er wel toe doet.

De organisaties die dit goed doen bouwen er een gewoonte van. Ze plannen evaluatiemomenten in die niet alleen terugkijken maar ook de vraag stellen: als we morgen opnieuw mochten beginnen met wat we nu weten, wat zouden we dan anders doen? Die vraag, gesteld op het juiste moment in een uitvoering die nog gaande is, levert meer op dan de meeste evaluaties achteraf.

Aan het begin van dit stuk zat het MT aan tafel. De status was groen op papier. Op de werkvloer stond alles stil. De vraag die er eigenlijk gesteld had moeten worden: wat heeft dit team nodig om wel in beweging te komen? Niet als oordeel, maar als oprechte nieuwsgierigheid naar wat er speelt.

Is die vraag de afgelopen maanden al gesteld in jouw organisatie?

Veelgestelde vragen

Wanneer is het juiste moment om je implementatiestrategie bij te stellen?

Er is niet een ideaal moment, maar er zijn duidelijke signalen die je niet moet negeren: weerstand die toeneemt in plaats van afneemt, een groeiende kloof tussen rapportages en de beleving op de werkvloer, en mijlpalen die steeds verder opschuiven zonder duidelijke oorzaak. Hoe eerder je die signalen serieus neemt, hoe kleiner de aanpassing die nodig is.

Hoe vertel je de organisatie dat de strategie verandert zonder vertrouwen te verliezen?

Door eerlijk te zijn over wat je hebt geleerd en scherp onderscheid te maken tussen het doel en de route. Het doel blijft, de route wordt aangepast. Betrek de mensen die de signalen als eerste zagen en maak ze partner in de nieuwe aanpak. Een stille aanpassing die niemand opmerkt klinkt veilig maar ondermijnt juist het vertrouwen.

Wat is het verschil tussen bijsturen en je doel loslaten?

Bijsturen gaat over de aanpak, het doel blijft onveranderd. Dat onderscheid moet je als leider consequent helder houden, ook in hoe je erover communiceert. Mensen accepteren een andere route als ze begrijpen waarom en als de bestemming dezelfde blijft. Ze haken af als ze het gevoel krijgen dat het doel zelf ter discussie staat.

BLOG

HERKEN JE DIT IN JOUW ORGANISATIE?

Plan een online-kennismaking van 20 minuten met onze specialist Ronald Warmerdam om vrijblijvend van gedachten te wisselen.

bottom of page