Motivatie en innovatie: wat de link is en hoe je hem benut
- Paul van Heeringen

- 9 jul 2024
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 11 jun
Motivatie en innovatie: wat de link is en hoe je hem benut
Innovatie vraagt intrinsieke motivatie: mensen die bewegen vanuit eigen nieuwsgierigheid, niet vanuit angst om af te rekenen. Je kunt dat niet opleggen, maar je kunt wel de omstandigheden creëren waarin het vanzelf ontstaat.
De heisessie die niks opleverde
Je kent het type bijeenkomst. Twee dagen weg met het MT, een facilitator met post-its en een muur vol ideeën aan het einde. Iedereen gaat voldaan naar huis. Drie weken later ligt er nog niks anders op tafel dan wat er voor de heisessie ook al lag.
Dat is geen kwestie van slechte ideeën. De meeste mensen in zo'n zaal kunnen prima nadenken. Het is een kwestie van motivatie. Niet de soort die je oproept met een kickoff of een beloningssysteem, maar de soort die van binnenuit komt: de eigen nieuwsgierigheid, het plezier in het uitzoeken, de wil om iets beter te maken omdat je het zelf ook ziet.
Innovatie begint daar. Niet bij de strategie op papier, maar bij de medewerker die 's ochtends vroeg wakker ligt omdat ze een idee niet los kan laten. Die twee collega's die na werktijd nog even doortelefoneren over een klantprobleem dat ze willen oplossen. Dat is intrinsieke motivatie in werking, en het is de enige soort die duurzaam iets nieuws voortbrengt.
Het probleem is dat de meeste organisaties dit soort energie eerder dempen dan voeden. Niet uit kwade wil. Gewoon door de druk van het dagelijkse werk, de neiging om risico's te vermijden, en de manier waarop prestaties worden gemeten. Als mensen weten dat een mislukte poging consequenties heeft voor hun beoordeling, wagen ze de poging niet.
Wat intrinsieke motivatie en creativiteit met elkaar doen
Er is een bekend onderzoek van Teresa Amabile, hoogleraar aan Harvard Business School, over hoe motivatie de kwaliteit van creatief werk beïnvloedt. Haar conclusie is ontnuchterend helder: externe druk, controle en toezicht versmallen het denken. Mensen gaan convergeren, risico mijden, en kiezen voor wat bewezen werkt. Intrinsieke motivatie doet het tegenovergestelde. Het vergroot het speelveld in het hoofd.
Paul van Heeringen ziet dit in de praktijk bij directeuren en leidinggevenden die eerlijk zijn over wat er in hun organisatie speelt. De innovatieve ideeën komen zelden uit de innovatiecommissie. Ze komen uit de klantenservice die al maanden ziet hoe een proces schuurde. Uit de monteur die een slimmere werkwijze heeft verzonnen maar die nooit heeft ingebracht omdat hij niet wist of het welkom was. Uit de accountmanager die een kans zag maar er niet mee naar voren stapte omdat de agenda van zijn leidinggevende altijd vol was.
Het gaat niet om talent. Het gaat om ruimte. Medewerkersmotivatie en creativiteit zijn nauw verbonden, maar alleen als mensen ervaren dat het veilig is om iets nieuws te proberen. Dat ze gehoord worden als ze iets inbrengen. Dat een mislukte pilot een leermoment is, geen mislukking die ze achtervolgt.
Dat vraagt iets van leiderschap. Niet de grote inspirerende toespraken, maar de kleine dagelijkse keuzes. Wat je vraagt in een MT-overleg. Hoe je reageert als iemand een idee oppert dat nog niet uitgewerkt is. Of je geduld hebt voor een omweg als die omweg ergens naartoe leidt.
De omstandigheden die innovatie mogelijk maken
Het goede nieuws is dat je intrinsieke motivatie niet kunt afdwingen, maar de omgeving er wel degelijk invloed op heeft. Er zijn drie dingen die in de praktijk het verschil maken.
Ten eerste: doelgerichtheid boven controledrang. Mensen die begrijpen waarom iets er toe doet en daarin vrijheid krijgen om hun eigen weg te kiezen, zijn actiever en creatiever dan mensen die een stappenplan uitvoeren. Dat betekent niet sturen op output, maar op richting. Waarheen gaan we? Waarom? En wat mag jij daarin inbrengen?
Ten tweede: psychologische veiligheid op de werkvloer. Dit is inmiddels een veelgebruikte term, maar de kern is simpel. Mensen doen alleen nieuwe dingen als ze geloven dat fouten niet worden afgestraft maar besproken. Dat vraagt om een leidinggevende die zelf ook laat zien dat hij iets niet weet, iets probeert, iets bijstelt.
Ten derde: de keukentafel-momenten. Niet elke innovatie begint in een formele vergadering. Veel van de beste ideeën ontstaan in informele gesprekken, bij een kopje koffie, in de wandelgang. Een organisatie die alleen werkt via agenda's en agenda-punten, verliest de onvoorziene verbindingen die tot iets nieuws leiden. Ruimte voor informeel contact is geen luxe, het is een voorwaarde.
De vraag is dus niet hoe je mensen motiveert om te innoveren. De vraag is: wat in jouw organisatie maakt het op dit moment moeilijk om dat vanzelf te laten ontstaan?
Veelgestelde vragen
Kun je innovatie afdwingen met targets of beloningen?
Dat werkt zelden op de lange termijn. Externe beloningen kunnen mensen in beweging brengen, maar ze sturen het gedrag in de richting van wat gemeten wordt. Innovatie vraagt juist om onverwachte verbindingen en bereidheid om te experimenteren. Dat doe je niet als je bang bent voor een slechte beoordeling als het misloopt. Structurele innovatie groeit uit intrinsieke motivatie, en die vraagt om een andere aanpak dan targets.
Wat is het verschil tussen intrinsieke motivatie en gewoon enthousiasme?
Enthousiasme kan van buitenaf komen, een goede sfeer, een inspirerende spreker, een nieuw project. Dat is prima, maar het zakt ook weer weg. Intrinsieke motivatie is steviger. Het gaat om het gevoel dat je bijdraagt aan iets dat er voor jou toe doet, dat je groeien, dat je iets mag uitzoeken omdat je er zelf nieuwsgierig naar bent. Dat houdt mensen gaande, ook als het lastig wordt.
Hoe weet ik of mijn organisatie ruimte geeft voor innovatie?
Kijk naar de kleine dingen. Hoe wordt er gereageerd als iemand in een vergadering een idee oppert dat nog niet af is? Wat gebeurt er als een pilot misloopt? Durf je mensen te vragen wat ze al lang zien maar nooit hebben ingebracht? De antwoorden op die vragen zeggen meer dan een innovatiestrategie op papier.




