top of page
Strategie-Executie_gemakkelijker_maken_1.webp

STRATEGIE,
LEIDERSCHAP,
CHANGE EN TEAMS

Lees er over in de IMPACT on the Job-blogs.

Cross-functionele teams: hoe je ze opzet en laat werken

  • Foto van schrijver: Paul van Heeringen
    Paul van Heeringen
  • 20 jun 2024
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 11 jun

Cross-functionele teams: hoe je ze opzet en laat werken

Cross-functionele teams presteren het best als de teamleden niet alleen hun vakkennis meebrengen maar ook de bereidheid om buiten hun domein mee te denken. Zonder die bereidheid krijg je een vergadering van vertegenwoordigers in plaats van een samenwerkend team.

De heisessie die vast liep op de terugweg

Je kent de situatie. De heisessie is geslaagd. De flip-overs zijn gevuld met goede ideeën, de post-its zitten nog op de muur en iedereen rijdt voldaan naar huis. Drie weken later zit je in het MT-overleg en vraagt iemand: hoe staat het er eigenlijk mee? Stilte. Iedereen kijkt naar iemand anders.

Wat er dan eigenlijk is gebeurd, is dit: je hebt een initiatief gestart zonder te regelen wie het gaat trekken en wie beslissingsbevoegdheid heeft. Je hebt mensen bij elkaar gebracht vanuit verschillende afdelingen, maar je hebt ze niet omgevormd tot een team. Je hebt een vergadering van vertegenwoordigers gecreëerd.

Dit is de kern van het probleem bij cross-functionele teams. Het is geen structuurvraagstuk. Het is een leiderschapsvraagstuk.

Cross-functionele teams, ook wel interdisciplinaire teams of projectteams vanuit meerdere afdelingen genoemd, worden opgezet omdat problemen steeds zelden netjes binnen één afdeling passen. Klanttevredenheid raakt operations, sales én communicatie. Productontwikkeling raakt inkoop, techniek én marketing. Je hebt mensen nodig die samen denken, niet die elk hun eigen stukje bewaken.

Maar hoe zorg je dat het ook echt werkt?

Drie dingen die je regelt vóór de eerste vergadering

Het meeste werk aan een cross-functioneel team doe je voordat de eerste bijeenkomst plaatsvindt. Paul van Heeringen werkt regelmatig met leiderschapsteams die worstelen met precies dit vraagstuk, en wat hij steeds terugziet is dat de problemen in de uitvoering bijna altijd wortels hebben in onduidelijkheden die aan het begin niet zijn uitgesproken.

Regel eerst de mandaten. Wie mag besluiten nemen, en over wat? Een teamlid dat terugkoppeling moet vragen aan zijn afdelingshoofd bij elke stap is geen teamlid, dat is een boodschapper. Dat vertraagt niet alleen, het ondermijnt ook het eigenaarschap van het team als geheel. Spreek dit af met de lijnmanagers voordat het team van start gaat, niet als het al stroef loopt.

Kies daarna de mensen op bereidheid, niet alleen op functie. De neiging is om te denken: we hebben iemand van finance, iemand van HR en iemand van IT nodig. Dat klopt, maar de vraag is niet alleen wie de juiste titel heeft. De vraag is wie de mindset heeft om buiten zijn eigen domein mee te denken. Iemand die elk voorstel beoordeelt op wat het zijn afdeling kost, brengt zijn afdeling mee naar de tafel maar niet zichzelf. Dat is het verschil tussen een vertegenwoordiger en een teamlid.

Geef het team een concreet resultaat, geen opdracht. "Onderzoek hoe we de klanttevredenheid kunnen verbeteren" is een opdracht. "Zorg dat we over twaalf weken weten waarom klanten na het eerste jaar afhaken, met een aanbeveling die we direct kunnen toetsen" is een resultaat. Het verschil is enorm. Mensen gaan anders denken, anders samenwerken en anders rapporteren als ze weten waarop ze worden afgerekend.

Wat je doet als het vastloopt

Elke leidinggevende die ooit een cross-functioneel team heeft begeleid, kent het moment waarop het gedoe begint. Mensen vallen terug in hun eigen vakjargon. De financieel controller begint de vergadering te leiden via spreadsheets. De HR-manager wil eerst een proces uitschrijven voordat er ook maar iets gebeurt. De projectleider van IT praat over architectuur terwijl de rest afhaakt.

Dit is het moment waarop jij als leidinggevende zichtbaar moet zijn, niet om de boel te managen maar om het gesprek terug te brengen naar het gedeelde doel. Vraag: wat proberen we samen op te lossen? Niet: wie heeft gelijk?

Een patroon dat vaak helpt is het onderscheid maken tussen twee soorten bijdragen. De eerste is vakkennis: wat weet jij vanuit jouw domein dat relevant is? De tweede is bredere bijdrage: hoe denk jij mee over het geheel, ook waar het je eigen domein overstijgt? Beide zijn nodig. Maar teams die alleen op vakkennis draaien, komen nooit voorbij de som van hun onderdelen. Teams die ook op de tweede bijdrage aangesproken worden, kunnen iets maken wat geen van de afzonderlijke leden alleen had kunnen bedenken.

Interdisciplinaire samenwerking vraagt ook om ritme. Niet een wekelijkse statusvergadering waarbij iedereen meldt wat hij gedaan heeft, maar een werkwijze waarin het team regelmatig samen denkt over wat er nog niet opgelost is. Het gaat erom dat je een omgeving schept waarin mensen durven zeggen: ik weet het niet, maar samen komen we er wel uit.

Projectteams vanuit meerdere afdelingen mislukken zelden door gebrek aan kennis. Ze mislukken doordat niemand het gevoel heeft dat hij het geheel mag dienen in plaats van zijn eigen afdeling.

Veelgestelde vragen

Hoe groot moet een cross-functioneel team zijn?

Kleiner dan je denkt. Vijf tot zeven mensen is vaak al aan de grote kant. Zodra het team groter wordt, neigt het terug naar een overlegstructuur waarbij mensen vooral luisteren en weinig echte verantwoordelijkheid voelen. Liever een compact team met duidelijke mandaten dan een brede vertegenwoordiging zonder slagkracht.

Wie is de baas in een cross-functioneel team?

Er is altijd één trekker nodig, maar die heeft geen formele hiërarchische macht over de andere teamleden. Die trekker houdt het doel scherp, bewaakt het proces en is het aanspreekpunt naar buiten. Tegelijkertijd blijven de teamleden functioneel rapporteren aan hun eigen lijnmanager. Dat spanningsveld vraag je te accepteren, niet op te lossen.

Wat doe je als afdelingshoofden hun mensen niet echt vrijgeven?

Dan heb je een gesprek met die afdelingshoofden, niet met de teamleden. De bereidheid om mensen echt mandaat te geven moet van bovenaf worden bevestigd. Als dat niet gebeurt, leg je de druk op de verkeerde plek en wordt het team langzaam uitgehold door loyaliteitsconflicten die je nooit openlijk hoort maar die je wel terugziet in de vergaderingen.

BLOG

HERKEN JE DIT IN JOUW ORGANISATIE?

Plan een online-kennismaking van 20 minuten met onze specialist Ronald Warmerdam om vrijblijvend van gedachten te wisselen.

bottom of page