Wendbaarheid van teams: hoe je het bouwt als het er niet is
- Paul van Heeringen

- 9 jul 2024
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 11 jun
Wendbaarheid van teams: hoe je het bouwt als het er niet is
Wendbaarheid van teams is geen eigenschap die mensen hebben of niet hebben, maar een resultaat van hoe een team samenwerkt en hoe het met onzekerheid omgaat. Teams worden wendbaar als ze geleerd hebben sneller te besluiten met minder informatie.
De heisessie die niets oploste
Je herkent het misschien. Het MT besluit tijdens de jaarlijkse heisessie dat de organisatie “wendbaarder moet worden”. Er komen werkgroepen. Er wordt een extern bureau ingeschakeld. Zes maanden later zitten dezelfde teams op dezelfde manier te wachten op dezelfde beslissingen die via dezelfde route omhoog en omlaag reizen.
Niet omdat de mensen niet willen. Maar omdat wendbaarheid behandeld werd als een eigenschap die je kunt aankopen of aanleren in een workshop. Terwijl het iets heel anders is.
Ik spreek met veel directeuren en leidinggevenden, en vrijwel allemaal zeggen ze op een gegeven moment: “Onze mensen zijn te weinig proactief” of “Ze wachten altijd af.” Dat klopt dan wel, maar het is zelden de oorzaak. Het is de uitkomst van een systeem dat wachten beloont en initiatief ontmoedigt. Soms letterlijk, door elke beslissing boven het niveau van het team te hangen.
Wendbaarheid van teams is geen karaktereigenschap. Het is een gevolg van hoe een team heeft leren samenwerken.
Wat een wendbaar team anders doet
Een wendbaar team besluit niet beter. Het besluit sneller, met minder informatie, en corrigeert daarna.
Dat klinkt riskant. Dat is het ook, een beetje. Maar het alternatief is dat je wacht totdat je zeker weet wat je moet doen, en in een omgeving die voortdurend verandert, komt die zekerheid nooit. Ondertussen loopt de concurrent door.
Ik ken een productiebedrijf waar een team een tijdje geleden zelf besloot een leverancier te wisselen, omdat de kwaliteit van de grondstoffen terugliep. Niet via een formeel inkooptraject, niet na drie MT-overleggen. Ze stelden een alternatief voor, toetsten het intern bij twee collega’s met verstand van inkoop, en stapten over. Achteraf was het de goede beslissing. Maar belangrijker: ze konden het maken. Niet omdat ze bijzondere mensen zijn, maar omdat hun leidinggevende consequent had gedaan wat veel leidinggevenden moeilijk vinden: beslisruimte geven en daarna niet terugpakken als iets uitpakt op een manier die hij zelf niet gekozen had.
Dat is de kern. Wendbaarheid groeit niet uit trainingen, maar uit oefening. En die oefening begint met kleine besluiten die echt bij het team liggen, niet symbolisch maar structureel.
Hoe je het aanpassingsvermogen van een team vergroot
Flexibele teams bouwen doe je niet door structuren af te breken. Je doet het door drie dingen structureel te veranderen in de manier waarop het team werkt.
Ten eerste: korte feedbackloops. Een team dat pas drie maanden na een beslissing hoort wat het effect was, kan niets leren. Teams die snel terugkoppeling krijgen op wat ze doen, passen sneller aan. Dat vraagt soms om andere meetmomenten, andere gesprekken, andere vragen in het wekelijkse overleg.
Ten tweede: expliciete beslisruimte. Niet als vage boodschap („jullie mogen meer initiatieven nemen“) maar als concrete afspraak. Welke beslissingen mag dit team zelfstandig nemen? Tot welk budget? Over welke onderwerpen? Als dat niet helder is, kiest iedereen voor veiligheid. En veiligheid betekent: opschalen naar de leidinggevende.
Ten derde: een cultuur van „proberen en bijstellen“ in plaats van „plannen en uitvoeren“. Dat vraagt iets van de leidinggevende, maar ook van het team zelf. Fouten moeten bespreekbaar zijn, niet als uitzondering in een retro, maar als gewone doordeweekse werkelijkheid. „Dat werkte niet, wat leren we hiervan?“ als standaard vraag aan de keukentafel van het team.
Aanpassingsvermogen is een vaardigheid, en vaardigheden slijt je in door ze te gebruiken. Een team dat nooit hoeft te improviseren, raakt de knie voor improvisatie kwijt. Je bouwt wendbaarheid dus niet door het grote veranderprogramma, maar door de kleine keuzes die je elke week maakt in hoe je met je team omgaat.
De vraag is dus niet of jouw mensen wendbaar genoeg zijn. De vraag is: wat heeft het systeem rondom hen gemaakt, en wat wil je daarin veranderen?
Veelgestelde vragen
Kun je wendbaarheid van teams meten?
Ja, maar niet met één cijfer. Kijk naar drie dingen: hoe snel een team een beslissing neemt als er druk op staat, hoe vaak ze opschalen naar boven terwijl ze het zelf zouden kunnen regelen, en hoe snel ze bijsturen als iets niet werkt. Dat geeft een redelijk beeld van waar het team staat.
Onze mensen zijn te risicomijdend. Hoe doorbreek je dat?
Risicomijdend gedrag is bijna altijd aangeleerd. Mensen mijden risico omdat ze hebben gemerkt dat initiatief nemen pijn doet, of dat een fout lang wordt onthouden. Wil je dat doorbreken, dan begin je niet met een training assertiviteit, maar met jezelf als leidinggevende afvragen: wat heb ik de afgelopen zes maanden gedaan als iemand een fout maakte? Dat antwoord vertelt je meer dan welk teamonderzoek dan ook.
Verschilt wendbaarheid per type team of sector?
De omstandigheden verschillen, de mechanismen niet. Een team in de zorg dat snel moet schakelen bij een capaciteitsprobleem heeft andere beslissingen te nemen dan een commercieel team dat inspeelt op een marktbeweging, maar beide hebben hetzelfde nodig: duidelijke beslisruimte, korte feedbackloops en een leidinggevende die terugkoppeling geeft in plaats van controle uitoefent.




